Kinderoefentherapie

Sensomotoriek
Kinderen zitten op school, leren daar rekenen, schrijven en lezen. Ze spelen buiten, huppelen, rennen en springen. Het zijn de dagelijkse bewegingen van kinderen. De basis hiervoor is de sensomotorische ontwikkeling. Sensomotoriek is de koppeling tussen sensoriek en motoriek. Onder de sensoriek verstaan wij het opdoen van prikkels vanuit de zintuigen, ogen, oren, tast en het evenwicht. De motoriek is het vermogen om te kunnen bewegen, rollen, grijpen, zitten, staan, lopen en springen.

Wat doet een kinderoefentherapeut?
De kinderoefentherapie is gespecialiseerd in de (senso)motorische ontwikkeling van kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar. De kinderoefentherapeut observeert, onderzoekt en behandelt, maar geeft ook voorlichting en advies. Wanneer er een vermoeden bestaat dat er een motorisch probleem is, wordt er allereerst een sensomotorisch onderzoek gedaan. Tijdens dit onderzoek krijgen we inzicht in het motorisch functioneren van het kind. De volgende onderdelen worden bekeken:

  • Het evenwicht
  • De grove motoriek
  • Oog-/handcoördinatie
  • Fijne motoriek
  • Lichaamsschema
  • Tijd-/ruimte-oriëntatie
  • Houding en beweging
Op basis van de uitkomsten daarvan stelt de kinderoefentherapeut een behandelplan op, zo nodig in overleg met andere disciplines.

De behandeling
De kinderoefentherapeut werkt altijd op basis van een behandelplan. Dit behandelplan gaat uit van de individuele situatie en mogelijkheden van het kind. Het richt zich vooral op de motoriek, maar houdt ook rekening met eventuele gedragsproblematiek. Gefaseerd wordt gewerkt aan spieren en evenwicht, aan de grove en aan de fijne motoriek. Het doel van de behandeling is het vergoten van de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind in zijn eigen sociale en fysieke omgeving. Plezier in bewegen staat daarbij voorop. In vrolijke, lichte oefenruimtes en met behulp van speciaal voor hen ontworpen oefenmateriaal, leren kinderen spelenderwijs (weer) wat goed en gezond bewegen is. Met als resultaat een optimale ontwikkeling van het bewegen en het vertrouwen deze vaardigheden te kunnen gebruiken.

Enkele signalen voor een mogelijk motorisch probleem:

  • vaak vallen en struikelen
  • moeite met leren fietsen
  • onhandigheid
  • moeite met leren zwemmen
  • schrijfproblemen
  • angst om te bewegen
  • teveel bewegen (hyperactiviteit)
  • te weinig bewegen
  • geen plezier in bewegen